Psychisch
onverantwoord?

(verschenen in Weekblad De Brug op 8 november 2016)

Toen ik nog geen kinderen had, zag ik bij de kapper regelmatig peuters die tijdens de knipbeurt in mijn ogen onuitstaanbaar waren. Wat een gejank en een geblèr om niets, dacht ik dan. Als er ooit Kaltertjes op de wereld komen, pak ik dat wel anders aan. Bij Jos en Luc ging dat redelijk goed. Die hebben heel IJsselmuiden nooit bij elkaar geschreeuwd, toen hun eerste lokjes bij de kapper op de grond vielen. Maar toen kwam Sam…

De eerste keer dat Sam naar de kapper moest, omdat zijn haardos meer leek op een dorre struik dan op een kapsel, stapte ik na mijn ervaringen met zijn broers vol vertrouwen de kapsalon binnen. Want wat kan er eigenlijk misgaan? Als er iemand rekening houdt met kleine kinderen, is het de kapper wel. Sam mocht plaatsnemen in een stoere kinderstoel met stuur. Hij kreeg een mooie kapmantel met stripfiguren om en mocht een tekenfilm uitzoeken, die hij tijdens de knipbeurt kon kijken. Sam draaide wat aan het stuur en had de grootste lol. Kat in ‘t bakkie, 1-0 voor papa.

De kapster toverde even later een grote glinsterende schaar tevoorschijn. Sam z’n gezicht betrok direct bij het zien van dit ijzeren gevaarte en de oorlog was wat hem betreft verklaard. Hij had ineens geen oog meer voor de leuke ‘kinderspeeltjes’ om zich heen en was alleen nog maar bezig met de in zijn ogen onbetrouwbare kapster, die hem te lijf wilde gaan met het vlijmscherpe voorwerp.

Maar na de nodige afleidingsmanoeuvres konden we het pand toch verlaten met een gekortwiekte pruik. Sam kon er weer een paar wekentegenaan. De daaropvolgende kappersbeurten verliepen ook niet zonder slag of stoot, omdat de eerste knipbeurt een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het tot dan toe mooie kinderleventje had achtergelaten. Het stond gevoelsmatig inmiddels 3-1 voor Sam.

Ik weet niet meer precies hoe oud Sam was toen ik vond dat de tijd was aangebroken om de stand gelijk te trekken. Ik had het met Sam van tevoren uitgebreid over het aanstaande kappersbezoek gehad en dacht echt dat het ‘kwartje’ bij hem was gevallen. Sam stapte die keer namelijk vrij relaxed over de drempel van de kapsalon achter het Markeresplein in IJsselmuiden. Ik zag geen beren meer op de weg, totdat hij echt aan de beurt was. Hij was zo door het dolle heen dat hij bij mij op schoot zijn knipbeurt moest ondergaan. De kapster en ik hadden beiden het zweet op de rug door de fratsen van het jonge ventje. Dit was de spreekwoordelijke druppel. Ik zei tegen de kapster dat zij maar moest stoppen en dat ik binnen een half uurtje terug zou zijn.

Ik ben direct naar huis gereden, heb Sam een minuut lang getrakteerd op een steenkoude douche en ben daarna weer naar de kapsalon gereden. Ik heb hem gewaarschuwd dat ik hetzelfde ritueel zou herhalen als hij zich weer zo zou misdragen. Het was aandoenlijk om hem stokstijf met zo’n prutlipje voor de spiegel te zien zitten. Maar Sam was vanaf die dag definitief genezen van zijn ‘angst’ voor de kapper. De stand was 3-3. Tijd voor het fluitsignaal.

Af en toe komt deze misschien wel onverantwoorde actie als een film uit mijn geheugen. Ik kan een brede glimlach dan niet onderdrukken, omdat ik denk dat dit voer is voor de psychologen onder ons. Maar als ik nu naar de inmiddels elfjarige Sam kijk, krijg ik de indruk dat het geen onherstelbare schade bij hem heeft veroorzaakt. De toekomst zal het uitwijzen…