Vooral blijven
plukken die dag

(verschenen in Weekblad De Brug op 16 juni 2015)

Wat is het leven toch breekbaar. De afgelopen weken bereikten mij een paar keer berichten, die mij enkele dagen bezighielden. Ik kon er niets aan doen. De feiten hadden gewoonweg grip op alles in mij. Twee zeer goede kennissen, die ik regelmatig op het voetbalveld tegenkom, kregen van het ene op het andere moment ernstige hartproblemen. Gelukkig hebben beide veertigers de operatie goed doorstaan en zijn ze weer op de weg terug. Maar voor beide mannen was het echt kantje boord. Ook het bericht van het plotselinge overlijden van de vrouw van Feyenoord keeperstrainer Patrick Lodewijks op zesenveertigjarige leeftijd door een noodlottig ongeval, hakte er bij mij behoorlijk in. Samen met zijn drie dochters blijft hij machteloos en verslagen achter. Boven haar overlijdensadvertentie staat de tekst ‘Carpe Diem’ wat ‘Pluk de dag’ betekent.

Ik ken veel mensen. De meesten zijn gelukkig gezond, maar ik ken inmiddels (te) veel inwoners uit de gemeente Kampen die een hevige strijd leveren of hebben geleverd met de ziekte met de hoofdletter ‘K’. Omdat het zoveel voorkomt, wordt het onderwerp regelmatig aangesneden. Laatst liet een van mijn medespelers op het voetbalveld tijdens rek- en strekoefeningen de volgende opmerking vallen: ‘Het lijkt wel of het niet meer de vraag is of je het krijgt, maar wanneer?’ Zijn vrouw heeft de strijdbijl inmiddels begraven, omdat zij het geluk heeft gehad dat haar lichaam was opgewassen tegen de ziekte. Helaas zijn er velen die dat geluk niet aan hun zijde hebben.

Wat mij elke keer weer opvalt, is de rollercoaster waarin je belandt nadat de diagnose is gesteld. Ziekenhuisbezoeken, operaties, chemokuren, bestralingen, uitslagen… Vaak is er een enorme weg te gaan, die gepaard gaat met heel veel ups en downs. Ik heb het zes jaren geleden bij mijn eigen moeder gezien. Al ruim vijf jaren moet ik het helaas doen met de mooie herinneringen aan haar. Gelukkig worden de overlevingskansen voor mensen, die deze ziekte krijgen, steeds groter. Maar elke dag worden in het ziekenhuis slecht nieuwsgesprekken gevoerd, omdat de patiënt met de huidige kennis en wetenschap letterlijk met de dood in de schoenen loopt. De artsen kunnen niets meer voor hem of haar betekenen. Het is een kwestie van tijd rekken.

Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe dat moet zijn. Het zal je maar ter ore komen. ‘Nou meneer Kalter, we kunnen niets meer voor u doen! Wij kunnen met chemokuren uw leven misschien een paar maanden rekken, maar meer mag u er niet van verwachten.’ Mensen, die een dergelijke keuze krijgen voorgeschoteld, benijd ik niet. Want ook hiervoor geldt, dat je achteraf pas kunt zeggen hoe je de laatste maanden bent doorgekomen. Kies je voor chemokuren, dan weet je dat je lichaam wordt ‘vergiftigd’ met alle gevolgen van dien. Doe je niets, dan kan het binnen een paar weken afgelopen zijn. Mensen hebben van nature toch een overlevingsdrang, waardoor bijna iedereen in een soortgelijke situatie kiest voor verlenging van het leven ongeacht de kwaliteit. Misschien is dat ook wel goed.

Als ik er nu over nadenk, zou ik gevoelsmatig kiezen voor de kwaliteit van leven. Dan maar iets korter. Maar terwijl ik dit opschrijf zie ik mijn jongste zoon in de bank zitten. Die zou ik samen met mijn andere twee zonen toch het liefst zo lang mogelijk in mijn nabijheid willen hebben. Liefde heet dat volgens mij. In mijn ogen de mooiste kapstok om alles aan op te hangen. Daarom wens ik iedereen veel liefde in goede gezondheid toe. En denk erom… vooral blijven plukken die dag!